Gestoofde garnalen met groenten

Japans Koken - Judith Ferguson
4 personen

225 gram steurgarnalen
2 middelgrote wortels; geschild
16 haricots verts
1 stukje daikonwortel; in luciferdunne reepjes
1 stuk konnyaku
50 gram bamboescheuten; in luciferdunne reepjes
4 ½ deciliter dashi; of kippebouillon
1 eetlepel mirin; of zoete sherry
1 stukje gemberwortel; geschild, in z'n geheel

Snijd met een mes in de lengte repen uit de wortel. Snijd de wortel kruiselings in bloemvormige plakjes van 1/2 cm dikte. Snijd de einden van de bonen diagonaal af. Snijd de stukken daikon in dunne rechthoeken.

Snijd de konnyaku in dunne plakjes en maak in het midden een snee in de lengte. Trek het ene eind er met een draai doorheen. Doe ze samen met de ander groenten, behalve de bamboescheuten, in een pan en zet ze onder water. Voeg een snufje zout toe en doe het deksel er stevig op. Kook ze 2 minuten op een hoog vuur tot de wortelen bijna gaar zijn.

Voeg de bamboescheuten er halverwege de kooktijd aan toe.

Breng intussen dashi, mirin en gember in een ondiepe pan aan de kook. Laat de schaal om het uiterste puntje an de garnalen zitten en doe ze in de hete dashi. Kook ze in 2 minuten net gaar. Laat ze niet te hard koken.

Schik alle ingrediënten aantrekkelijk in 4 ondiepe schalen. Lepel daarover wat van het dashimengsel. Meteen serveren.