Tempura van vis

Japans koken - Judith Ferguson
4 personen

12 rauwe steurgarnalen
2 kabeljauwfilets; of
tongfilets
16 hele visjes; zoals spiering of sprot
inktvis
bloem
----dipsaus----
6 eetlepels sojasaus
1 citroen; sap en schil
4 eetlepels dashi
----beslag----
1 eiwit
2 ½ deciliter ijswater
125 gram bloem; gezeefd

Pel de garnalen, laat alleen het uiterste staartstukje zitten.

Ontvel de filets en snijd ze in stukjes van 5 bij 2 cm. Was de kleine visjes en dep ze droog.

Snijd de inktvis in ringen of in stukjes van 2 ½ bij 7 ½ cm en wentel ze door de bloem.

Vermeng vervolgens de ingrediënten voor de dipsaus. Verhit de olie in een frituurpan of wok tot 180 graden.

Klop het eiwit licht en klop het ijswater er geleidelijk door. Het beslag moet er klonterig uitzien. Doop elk visstukje in het beslaf en sla overtollig beslag eraf. Prepareer niet te veel vis van tevoren in het beslag.

Laat de stukjes 2 minuten in het hele olie frituren, keer ze met een lepel. Bak slechts 3 of 4 stukjes tegelijk en maar 1 hele vis per keer.

Laat een paar minuten voor het serveren de vis op een rooster met keukenpapier uitlekken. Als ze goed heet en krokant zijn, kunt u ze met de dipsaus opdienen.